logo

Dat voor veel grootouders een kerkelijk opvoedende rol is weggelegd, spreekt misschien voor zich. Zo geschiedde het in het jaar onzes Heren 2002, dat mijn kleindochter haar grootouders vergezelde naar de zondagse kerkdienst. Dat dit een bijzondere gebeurtenis was, laat zich begrijpen. Het was de eerste keer dat ze met ons mee ging, maar ze was al wel eens in een kerk geweest… bij een doopdienst. Ze was twee jaar oud en begon al behoorlijk de gave des onderscheids te krijgen en, wat meer is: ten toon te spreiden. Dat betekende dat ze voortdurend het woord nam en op alles commentaar gaf.

Vlak na binnenkomst in het huis des Heren werd het haar al snel duidelijk: Hier was van alles te onderzoeken. Wat hier allemaal was, overtrof haar stoutste verwachtingen... zo groot allemaal… en dan al die banken… geweldig! Je kon daar voortdurend langs en omheen lopen, nou ja… meer stampen en hollen natuurlijk. Het zou bepaald onverantwoord zijn om haar de dienst te laten bijwonen, oordeelden wij al snel als vrome en ordelievende grootouders, nadat we de zaak even hadden aangezien. Ze zou zonder twijfel in discussie gaan met de predikant en met de ouderling van dienst, en ons een hoop sores bezorgen tot vermaak van enkelen en tot leedwezen van velen. Nee, dat werd niks! Afvoeren dus… naar de kinderoppas…!     

Tegen het einde van de dienst zag ik haar terug. Oma was maar bij haar gebleven. De officiële oppasdienst werd uitgevoerd door iemand van wie ze vermoedde dat die het nog moeilijk zou krijgen met de aanwezige andere vier kindertjes. Uit ervaring wist ze dat twee daarvan echte schreeuwertjes waren. Het achterlaten van de kleindochter in die kerkelijke omgeving leek ongewenst voor het positieve beeld dat in de hersens van de kleindochter moest worden ingeprent, en dus was oma zo vrij de echte dienst te verzuimen. Vlak voor het laatste vers kwamen ze weer binnen. Kleindochter voorop met in het kielzog oma, die haar had verteld dat er veel mensen in de kerk waren, dat ik daar ook was en dat we nog een lied zouden gaan zingen… en dat het orgel ook zou spelen. Nou, dat leek haar wel wat. Daar moest ze bij zijn. Ze zag me al direct, nadat ze een ogenblik onderzoekend in de deuropening was blijven staan. Ik zat op de derde rij en ik zwaaide naar haar. Er kwam een grote grijns op haar gezicht en links vooraan was nog plaats zat.     

Na de slotzang kwam ze zo hard mogelijk naar me toe rennen. Ik vestigde haar aandacht op de slotcollecte bij de uitgang en vertelde haar wat van haar als kerkganger verwacht werd, gaf haar wat “centjes” voor de collectezak waarmee de kerkganger bij de uitgang opzettelijk gehinderd pleegt te worden om al te snel tot kerkverlater te worden. Nadat ze de glimmende munten uitgebreid had bewonderd, stopte ze die zorgvuldig in de zakjes voorop haar robe. Ze wilde nu eerst naar het orgel, want dát was toch een ding… dat wilde ze snel aan een nader onderzoek onderwerpen, en het duurde niet lang of ze begon de organist te hinderen de laatste klanken des heils op een welluidende wijze ten gehore te brengen. Vooral het pedaal had haar grote aandacht. Fantastisch… zo’n kerk! De leger wordende banken werden al ras weer tot haar loopdomein en ze rende steeds groter wordende rondjes. Die werden zo groot dat ze als vanzelf bij de collectant aan de uitgang terechtkwam en een uitvoerige studie van dit collectegebeuren bracht haar tot het inzicht dat dit toch wel een heel vreemde zaak was. Al mijn overredingskracht kon haar er niet toe brengen om dat prachtige glimmende geld uit haar borstzakjes in de collectezak te doen. Geen sprake van! Ze hield het allemaal zelf!     

Toen haar ouders twee dagen later de centjes in haar jurk ontdekten, en verbaasd vroegen waar die vandaan kwamen, antwoordde ze: “…Kerk...niet betalen!”. Domme ouders… dat die dat niet begrepen! Ik moet die kleindochter daarover nog maar eens goed onderhouden, maar wel later…!