Ja zeg, ze hadden het nu al zo vaak gehoord: ze zouden onder leiding van die oude Mosje naar het beloofde land gaan. Hoe oud was die man nou wel niet helemaal? En dan ook nog zonder gidsen helemaal door de woestijn, en waarschijnlijk op de hielen gezeten door de machtige farao met zijn roemruchte divisies van strijdwagens. Nee, dit kon nooit wat worden! En hoe ze aan water en voedsel moesten komen? God zou daarin voorzien. Ja ja…! Nou, waarschijnlijk is meer toepasselijk: de duivel mag het weten! Ze gingen op weg naar een ‘land (over)vloeiende van melk en honig’, wat dat dan ook voor mocht stellen.
De meesten van ons Nederlanders herinneren zich nog heel goed hoe een land van ‘melk en boter’ er uitziet: met melkplassen en boterbergen. Nou, wij hebben nog steeds een land van melk en boter, maar melk en honig…? Nee, eigenlijk geen idee en dus nam ik vroeger om te beginnen maar aan dat ho’nig’ hetzelfde is als ho’ning’, maar helemaal zeker weten deed ik dat ook niet, tot ik ontdekte dat bij de vertaling in de NBV, voor zover ik heb die heb kunnen nakijken, melk en honig is gewijzigd in ‘melk en honing’. En dat deed mij eigenlijk wel deugd, want dat woord honig heb ik nooit zo begrepen. Zelfs mijn bijen houdende oom in Oudega bij Drachten in Friesland had het nooit over honig, maar altijd alleen maar over honing!
Tja, ik weet niet hoe het met u is, maar zo’n soort term als melk en honing uit de bijbel heeft iets magisch. Er zijn meer van die uitdrukkingen in de bijbel die dat hebben, zoals de vleespotten van Egypte bijvoorbeeld. Uit die benaming blijkt, dat het volk Israël weliswaar slavenarbeid verrichtte voor de Egyptenaren, maar dat de werkers toch wel te eten en te drinken kregen van hun meesters. Ja, anders ging het met al dat werk natuurlijk niet goed. Waarschijnlijk moesten ze voor hun eigen eten zorgen, of de vrouwen deden dat en de kinderen, vooral de jongens. Het was en is nog steeds niet ongebruikelijk dat jongens voor de geiten zorgen en eitenkuddes hoeden, en die melk van de melk-en-honing kan natuurlijk heel goed geitenmelk zijn. Daarvan kun je heel goed in leven blijven in een woestijn!
En de honing? Wel, ik weet niet of er veel bijen waren op de route die het volk Israël volgde naar Palestina, want voor honing zijn bijen nodig en een goede leefomgeving voor bijen is er lang niet overal. Dat weten we tegenwoordig heel goed, gezien de situatie in ons eigen land. Het is hier in Nederland voor bijen kennelijk niet zo’n goede plaats (meer) om te leven. En dàt terwijl ik lange tijd gedacht heb, als er één land overvloeiend van melk en honing is, het wel ons land zou zijn! Ja toch? Nou nee dus, dit land hier is kennelijk niet meer zo bij-vriendelijk als het vroeger was. Zou het daarvan komen, dat de honing die ik tegenwoordig graag consumeer, uit de bergen in Zuid-Amerika komt? Ik weet het niet. Wat ik wèl weet, is dat de smaak van diè honing mij aanmerkelijk beter bevalt dan die van Nederlandse bodem, of dat nu de wadden eilanden zijn of de Betuwe. Hoe dat komt… ? Geen idee!
Volgens sommige uitleggers slaat honing overigens niet op bijenhoning maar op de zoete inhoud van dadels en vijgen. En die melk verwijst naar geitenmelk: de geit stond in bijbelse tijden voor rijkdom en overvloed. Hoe dat ook zij, er zijn op deze wereld niet zoveel landen vloeiende van melk en honing. Ons land is er één van, vast en zeker!
