Vroeger hadden wij een vogelkooi in huis. Die had ik helemaal zelf gemaakt van twee ronde kunststof slabakken van de Hema: de ene met de bodem naar boven, de andere met de bodem naar beneden. Tussen die twee bakken had ik een ronde wand van metaalgaas gefabriceerd, en in de wand van beide slabakken zaten vier gaatjes geboord waardoorheen ik per bak twee breipennen had gestoken dóór het gaas heen. Gaas en bakken waren daardoor één geheel geworden, dat aan het plafond kon hangen aan de ketting die ik in het midden aan de bovenste bak had bevestigd. Nog een waterbakje, een voerbakje en een tak schuin erin en klaar was de kooi, gemakkelijk te verschonen en best aardig om te zien. Ik was trots op dit bouwsel. Het was echt het werk van mijn handen: simpel, goedkoop en niemand had zo’n bijzondere vogelkooi.
In die kooi woonde onze parkiet Piep. Het blauwe vogeltje was volgens deskundigen een zij, en is na enige tijd omgedoopt tot Zachea, toen bleek dat zij zo nu en dan wel uit haar boom wilde komen. Meestal zat ze, net als haar mannelijke naamgenoot Zacheüs uit het bijbelboek Lucas, gewoon nieuwsgierig rondkijkend op een tak te zitten. Nou ja, het was maar een kleine tak, maar toch… zij kon alles wat zich in de kamer afspeelde, van bovenaf goed bekijken en dat deed zij ook. Op een gegeven moment was het ineens zover. Als je haar riep “Zachea, kom naar beneden”, dan kwam ze… en wanneer ik de onderste slabak verwijderde, kon Zachea gewoon buiten de kooi komen en in vrijheid rondvliegen. Vaak bleef zij toch gewoon binnen op haar tak zitten en ik kreeg de indruk dat ze met haar omgeving niet zo’n evenwichtige verhouding had. Er straalde geen innerlijke vrede vanaf, om het zo maar eens te zeggen. Zij vloog wel eens los rond, maar ze stelde die vrijheid meestal niet zo lang op prijs. Nee hoor, zij zat verreweg het liefst vanaf haar eigen zitpunt op de eigen tak de zaken van bovenaf op te nemen, zonder dat iemand haar te na kon komen. Zo nu en dan zei zij iets, maar het was zelden meer dan “piep” en wat gekwetter! Dat was haar eigen taal en een andere kende ze waarschijnlijk niet. Zachea is op zeker ogenblik uit haar kooi gegaan en het raam uitgevlogen.
Ach, zo’n vogeltje… Het heeft iets menselijks. Er zijn tegenwoordig immers heel wat mensen die het liefst in de beslotenheid van hun eigen kooi en de vertrouwdheid van hun eigen tak de wereld gade slaan, en op hùn tijd commentaar leveren. Ja, ze eisen wel een tak om op te kunnen zitten, maar veel meer dan wat gekwetter en een beetje piep zeggen, houdt dat commentaar meestal niet in. Dat ze die beslotenheid zouden kunnen doorbreken door gewoon hun kooi te verlaten, zodra ze de kans hebben, komt niet bij hen op, waarschijnlijk omdat het hun erg onveilig toelijkt.
Mensen moeten van hun leefomgeving natuurlijk geen kooi maken, maar in allerlei sociale verbanden leven, lijnen uitstippelen en werk verrichten. Hoe zou het toch komen dat zovelen die verbanden niet willen en zich onttrekken aan verantwoordelijkheden binnen die verbanden? Kerken, vakbonden, politieke partijen, verenigingen… ze hebben er allemaal last van. Velen willen die verbanden niet meer, ze willen geen verplichtingen, ze willen niets móeten, ze willen… ja, wat willen ze eigenlijk? Vrij zijn, in hun eigen kooi en op hun eigen stok?
Als iedereen nu eens van zijn eigen tak af zou komen en dat gaas weg zou doen. Niet meer alléén kwetteren en piep zeggen. Dat zou goed zijn. Er is immers samen met anderen zóveel te doen.
