logo

Het overblijvende deel van het trottoir was wel èrg smal. Dat geef ik toe, maar als er nu niemand loopt dan kan het toch helemaal geen kwaad? Dat vind ìk tenminste niet. De straat was helemaal opgebroken en werd heringericht en van een nieuwe bestrating voorzien. Er konden dus geen auto’s de straat in en fietsers moesten afstappen; die konden, als ze dat nu perse wilden, over het versmalde trottoir lopen met de fiets aan de hand. Kijk, dat soort vrijheidsbeperkingen staat mij helemaal niet aan, ja erger nog: in zo’n geval doe ik àlles om door te kunnen fietsen! En het was ècht helemaal geen enkel probleem want er was geen voetganger te bekennen, en ook geen politie, dus…

Ik fietste met een behoorlijk gangetje. Maar dat er ook nog een ander zou kunnen zijn die vanaf de andere kant ongeveer hetzelfde zou doen als ik… nee, daar hield ik geen rekening mee. En zíj ook niet! De uitwerking van de botsing die volgde, werd volgens mij grotendeels bepaald door het gewicht van de twee tassen die aan háár bagagedrager hingen. In de ene hadden een paar flessen rode wijn gezeten, dat was duidelijk te zien: het rode vocht dróóp over het tijdelijke hek waar ze tegenaan was gevallen. Ikzelf had geen schade, behalve dan een schram op mijn ene been veroorzaakt door het schampen van het hek aan de andere kant.            

Ze was echt woedend, dat was duidelijk te zien. “Je màg hier helemaal niet fietsen”, zei ze op schelle en duidelijk beschuldigende toon. Ja zeg… nou moet het niet gekker worden. Naar mijn idee moest ze maar liever tegen zichzelf tekeer gaan, en nadat ze de drie kapotte flessen had geïnspecteerd: ”…Eeuwig zonde!... ” Ik besloot dat de vrede maar het liefst snel moest worden getekend nog vóór de botsing compleet zou worden, en ik nodigde haar uit voor een kopje koffie bij het café aan de overkant. Dat stond haar wel aan en hoewel het niet meeviel aan de overkant te komen, raakten wij dus even later in gesprek over fietsen in het algemeen en fietsen op het trottoir in het bijzonder, en over wijn natuurlijk.

“Wat bedoelde je nou eigenlijk?” vroeg ik, toen de koffie was gearriveerd.

“Waarmee?”

“Nou, met dat eeuwig zonde…” Ze keek me onbegrijpend aan.

“Dat zei je daarnet: eeuwig zonde …”

“Nou, gewoon … “

Ik deelde haar mee dat ik zònde ook wel gewoon vind, maar absoluut niet als die eeuwig is; daar kan ik me namelijk weinig bij voorstellen. Ze lachte, en zei dat ze dat zelf eigenlijk ook niet kon. Na wederzijdse inspectie van elkaars schrammen, besloten wij dat de schade bestond uit drie flessen rode wijn. Dat was nou ècht zonde: die kon niet meer gedronken worden. “Sam sam?” vroeg ik. Ze knikte instemmend. Gelukkig wist ze nog precies wat ze gekost hadden, en ik betaalde haar de halve zonde. Na uitwisseling van namen en adressen, betaalde ik de koffie (tenslotte had ik haar uitgenodigd) en wij gingen ieder ons weegs… met de fiets aan de hand.   

Later keek ik nog even stiekem achterom. Nee hoor, ze liep nog keurig met de fiets naast zich. Ik grinnikte, zo zie je maar: dit was natuurlijk maar een klein crisisje, maar als de zonden gewoon betaald worden, dan heb je kans dat het verder wel goed gaat! Maar eeuwig? Dàt is zowel voor de zondaar als voor de betaler wel èrg lang…