logo

Iemands naam moet je serieus nemen, dus was Gideon een houthakker en iemand die er nogal eens op lossloeg. Zijn naam betekent boomveller, neerhouwer. Het kan ook zijn dat hij die naam gekregen heeft na het omhakken van de aan Ashera gewijde heilige palen. Aan het begin van het verhaal in het boek Rechters (Richteren) zoekt iemand hem op, die ‘engel van de Heer’ wordt genoemd. Gideon is net bezig in een perskuip, niet met het persen van druiven, waar die kuip voor diende, maar met het slaan van korrels uit korenaren. Kennelijk waren die kameelrijdende engerds van de andere kant van de Jordaan, de Midianieten en de Amalekieten, op hun rooftochten meer uit op graan dan op druiven of wijn. “Midianiet” betekent ruziemaker, en “Amalekiet” (op)likker, slurper. Als Gideon waterlikkende en waterslurpende mannen voor zijn legertje moet selecteren, betekent dit dus dat het Gods boodschap is, dat je voor het verslaan van een Midianiet een Amalekiet nodig hebt.  

De slimmerd Gideon had zich verstopt op een plek waarvoor die rovers uit het overjordaanse geen belangstelling hadden. Dat zijn bezoeker tegen hem zei, ”De Here is met je, dappere held”, zal wel behoorlijk sarcastisch bedoeld zijn. Gideon vindt er niks geestigs aan en beantwoordt die opmerking met “dàt zal best, maar ik merk er anders maar weinig van”. Het duurt trouwens wel even voor het hem begint te dagen wie die bezoeker is, en dat die precies zègt wat hij bedoelt. Om Gideon in zichzelf te laten geloven is wel een wondertje nódig, en dan nog één en nog één; daarna begint het hem te dagen. Bij mijzelf zou zoiets, denk ik, ook wel even duren.

Ik was laatst weer eens op Ameland. Ja, dat eiland en zijn bewoners zijn altijd al een beetje wonderlijk geweest. De geschiedenis geeft daar ook alle aanleiding toe, maar dat is toch zeker nog geen reden om mijzelf met een wonder op te zadelen? Kijk, de afvalinzameling op het eiland is keurig geregeld. Toen ik er kwam stond naast het huis één kliko, grijs met een blauw deksel, voor het restafval. Middenop het grasveld stond een groene bak voor groenafval, èn er moest nog een felblauwe zijn voor papier en karton.’t Lijkt overal in ons land wel hetzelfde met die kliko’s, maar het is toch vaak nèt een beetje anders.

Toen ik aankwam, was de blauwe goed verstopt tussen de bosjes achterin de tuin. Dat was met opzet waarschijnlijk, mijn schoonzus vond die felle kleur in die groene omgeving waarschijnlijk maar niks. Het is tenslotte haar huis en die woeste tint verstoort de vrede in het blikveld. Ik heb ‘m toch maar tevoorschijn gehaald om de kranten erin te stoppen die overal rondslingerden, en ik heb ‘m naast de groene bak middenop het veld gezet. En zo hebben die kliko’s met z’n tweeën een tijdje gestaan, overdag bestraald door de zon en ’s nachts beschenen door de maan.

Toen ik ‘s morgens om een uur of tien de tuin inging, ontdekte ik tot mijn verbazing, dat het deksel van de groene kliko aan de buitenkant nat was, en het deksel van de andere kurkdroog. Hoe kan zoiets nou? Ik moest onmiddellijk denken aan Gideon, u weet wel, die aan God vroeg te laten zien dat het Hem menens was met zijn woorden, door een beestenvel nat te laten worden op een droog veld, en voor de zekerheid nog een keer andersom, het vel droog te laten blijven op een nat veld. Wel, dit was net zoiets, nota bene op Ameland en ik had helemaal niet eens om een wonder gevraagd! Er was wel verschil tussen beide kliko’s. In de groene zat een hoeveelheid gemaaid gras, die warm was en dus gebroeid had, in de blauwe zat niets. Ik kon alleen maar bedenken, dat het logischer was geweest, als de groene klikodeksel aan de binnenkant nat was geweest. Er móet een logische verklaring zijn voor dit verschijnsel, maar ik heb die nog niet kunnen bedenken.

Binnenkort ga ik weer naar het eiland en ik zal daar het experiment gecontroleerd herhalen, want ik geloof eigenlijk niet in wonderen als die nergens toe dienen!