logo

Het heeft iets van een bijbeltekst “De heer moet tweemaal per dag mobiliseren”. Het staat boven zijn bed geschreven met grote letters en het betekent dat hij tweemaal per dag in een rolstoel wordt getakeld, en tweemaal er weer uit… het bed in. Ja zeg… Hij is niet voor niets op een revalidatieafdeling van een verpleeghuis. Maar ach, als hij in de stoel zit duurt het niet zo lang, of hij zakt scheef. Zijn hoofd wil niet omhoog blijven; hij kàn het niet meer. Hij wil eigenlijk weer liggen want hij wordt er zo moe van, misschien wel moe van het leven. Is er nog wel iets te mobiliseren? Toch heb je in het begin de indruk dat er nog leven in hem zit, dat hij nog wil. Hij praat nog wat, en hij luistert naar wat je zegt… en hij herkent ons. Als ik nou zo oud zou zijn als hij, een paar tia’s had gehad, en drie herseninfarcten: hoe zou dan mijn definitie van leven zijn? Wanneer “leeft” een mens?     

Hij ligt meestal maar… dáár, in bed… bij het raam, zodat hij naar buiten kan kijken, naar de lucht en naar de wolken. Hij vraagt zich af hoe toch die wolken ontstaan, hoe ze steeds veranderen zodat er nauwelijks twee ogenblikken lijken te zijn dat het er hetzelfde uitziet. Dat doet hij voortdurend, als hij tenminste niet slaapt… dat weet ik zeker. Zijn aandacht is de laatste tijd eigenlijk altijd gericht op de lucht… en op de wolken, in opperste verwondering: hoe kan dat allemaal? Ja, zijn wetenschappelijke belangstelling is er nog: Hoe ontstaat een wolk en hoe en waarom verandert die steeds? En hij vraagt het mij: “Snap jij nou hoe dat werkt? Het is toch onbegrijpelijk…”

Veel kan hij niet meer, eigenlijk alleen een beetje luisteren, een klein beetje praten… en liggen en slapen… en slapen en liggen... Slapen vindt hij heerlijk. Dat is altijd al zo geweest... zijn hele leven lang. Mijn schoonmoeder zei dat vroeger ook altijd tegen mij, als ik vroeg: “Waar is vader?”…“Oh, die slaapt… die man slaapt altijd!”…       

Zijn hele leven heeft hij hard gewerkt, maar nu is dat echt helemaal afgelopen. Ja, zeker… mij is volkomen duidelijk waarom al die daken tegenwoordig instorten. Dat moet komen omdat hij niet meer doende is om studenten aan de Technische Universiteit bij te brengen hòe je een constructie ontwerpt… en waaròm je dat zó moet doen… Want hij was een groot deel van zijn leven hoogleraar in constructies. Voor zo’n vak is inzicht nodig èn kennis, en dat krijg je niet zómaar. Dat vergt veel studie en het is een kwestie van veel ervaring. Hij trad op als getuige-deskundige bij heel wat instortingsgevallen van dakconstructies, waarbij het natuurlijk altijd ging om de vragen: hoe is dat nu toch gekomen, waar zit de fout, wie heeft die fout begaan en wie moet dat betalen!

En nu? Hij is langzaam zelf ingestort en verder aan het instorten. Hij ligt daar maar, is blij met elk bezoek maar doet niets meer. “Wat doet u de hele dag, vader?” Dat vroeg mijn zwager op een gegeven moment, en na een lange stilte kwam het antwoord: “…Niks… in het kwadraat…”. Hij blijft kennelijk toch een beetje wiskundig denken en het is nog geestig ook, al gaat het over niks.     

’s Nachts droomt hij zonder twijfel over… ja, waarover eigenlijk? Misschien kun je dat opmaken uit een eerste zin die hij niet zo lang geleden uitsprak, toen hij net was wakker geworden en ons herkende: …”Moeder, leeft niet meer, hè?”… Nee, moeder leeft niet meer, zij is een half jaar geleden gestorven. Hij is vierennegentig jaar oud, hij heeft geen pijn, maar hij kan bijna niets meer, en drinken en eten zijn een groot probleem. Ik hoop… ja, ik hoop dat hij vanuit zijn slaap langzaam weg zal glijden, voordat het verval zijn lichaam nog verder aantast. Of hoor ik dat niet te hopen?