Enige maanden geleden is mijn buurman overleden op ruim tachtigjarige leeftijd. Wij konden het samen goed vinden, hoewel hij zich soms wèl vreselijk kon opwinden. Het Nieuwe Testament dat voor mij ligt, komt uit zijn familie. Zijn vrouw ordent nu allerlei papieren en ik mag het in leer gebonden werkje lenen; ze weet dat ik belangstelling heb voor dit soort werken en, tussen ons gezegd, vooral voor wat er aan commentaar en mededelingen bijstaat.
Met een beetje oefening is het boekje goed te lezen. Het is in 1772 te Amsterdam in gotisch drukwerk verschenen : “Het Nieuwe Testament, ofte Alle Boeken des Nieuwen Verbondts onses HEEREN JESU CHRISTI.” Gelukkig is het “getrouwelijk overgeset uyt de oorspronkelijke Grieksche Tale in onse Nederlandtsche”, èn is het “door gemeene ordre der Kerken van Drukfauten verbetert.” Nu, daar kun je dus op aan! Een prachtige kleine uitvoering van de statenvertaling… mèt plaatjes, schitterend!
Op het schutblad staan met een pen namen en data geschreven. Bij de ontcijfering daarvan gaat langzaam een tragische geschiedenis voor mij leven. Het begint ermee dat Jacob Delia, geboren 2 sept 1780 te Heenvliet, en Alida Gijsberta van Eem, geboren 31 maart 1783 te Dordrecht, in den Echt zijn verenigd op 29 april 1812. In een ander handschrift is, na Alida Gijsberta, geschreven ”en gestorven 9 september 1833, oud zijnde 50 jaren”. Daarna staan de gegevens van hun kinderen vermeld:
- Geertruida, geb. 9 mei 1813 en gestorven 25 aug.1828, oud zijnde 15 jaren;
- Sara Elberta, geb.21 jan. 1815 en gestorven 5 februari, oud zijnde 15 dagen;
- Adrianus Elbertus, geb.25 nov.1817 en gestorven 13 jan. 1820, oud 2 jaren en 2 maanden;
- Sara, geb. 5 febr. 1819 en gestorven 15 sep.1888 (dat laatste in ander schrift);
- Jacob Alidanus, geb. 9 sept. 1826 en gestorven 19 july 1844 (idem).
Het was een tijd van lijden in die periode van de 19e eeuw die in het geheel niet voldeed aan de woorden van Jesaja 65: 23, integendeel. Velen zwoegden wèl tevergeefs en vele kinderen stierven wèl degelijk vroegtijdig. De zoon die zij als laatste kregen, was duidelijk een nakomertje, misschien na een aantal miskramen? Dat kwam veel voor destijds. Ze noemden hem Jacob Alidanus, naar hen sámen. Ziet u het voor u? Hij was een nieuwe stamhouder, hij zou alle verwachtingen waarmaken die zij ooit van hun kinderen hadden gehad. Moeder Alida overleed toen hij bijna zeven was en hijzelf stierf al op zeventienjarige leeftijd ruim tien jaar na de dood van moeder. En vader Jacob? Die bleef over, mèt zijn laatste kind Sara. Hij was kennelijk niet meer in staat om in de gezinsbijbel achter de overleden stamhouder te schrijven: gestorven 19 july 1844, oud zijnde 17 jaar en 7 maanden. Dat moet Sara voor hem gedaan hebben, vermoed ik zo.
Wanneer vader overleden is...? Wat een drama! Er is een soortgelijk boekje van het Oude Testament. Het ziet er net zo uit, maar er missen veel bladzijden. De tekst begint pas daar waar Jozef zich aan zijn broers bekend maakt aan het hof van de farao. Het lijkt wel of die bladzijden met geweld uit het boekje zijn gescheurd. Jacob Delia moet in opperste vertwijfeling zijn geweest na het overlijden van zijn zoon. En na enige tijd werd hij woedend, op het leven, op de wereld en op God. Is het mogelijk dat hij zijn woede is gaan koelen op het Woord van die God, op zijn gezinsbijbel? Gezin? Wat nou gezin? Er was immers geen gezin meer? Ja, alleen nog Sara, vorstin betekent die naam, zijn prinses… 25 jaar was ze nu…
Ach, ik heb dit laatste natuurlijk maar zelf bedacht, bij een geslagen man en een gezinsbijbel met uitgescheurde blaadjes, maar het kan best zo zijn geweest. Ik kan het niet laten te denken dat het Sara was die hem heeft tegengehouden de héle bijbel te vernietigen, en ik hoop dat Sara dichtbij hem is geweest in die duistere dagen.
