logo

Die Ammonieten zijn rare mensen. De meesten wonen aan de oostkant van de Jordaan ten noorden van de Moabieten, maar er zijn ook heel wat aan de westkant van de rivier. In feite wonen we door elkaar heen, als Ammonieten en Israelieten. We bemoeien ons zo weinig mogelijk met elkaar, dat wèl, maar als je zo dicht op elkaar woont, ontkom je niet aan contact zoals bij feestjes en ruzies.

Wij hadden die lui eigenlijk moeten uitroeien, toen we jaren geleden Kanaän binnenvielen, maar ja… als je die mensen al eeuwen als buren hebt, dan doe je dat toch niet meer? Nee, je leent eens wat suiker en zout over en weer, en je drinkt samen eens koffie. Er mankeert nu ook weer niet zóveel aan die mensen, ze zijn net als wij! Behalve dan die god van hen, die Moloch of Melek… dàt is wel een ontzettende engerd, als je dat van een god mag zeggen tenminste. Die Ammonieten offeren mensen aan die god, vooral kinderen. Een vreselijke gewoonte! Maar toch… Als je regelmatig te gast bent op offerfeesten, dan begin je het gewoon te vinden. Nou ja, wij offeren zèlf geen kinderen, het idee! Nee, maar we laten onze kinderen wèl met een cadeautje naar hun feesten gaan. Die weten soms niet eens meer of het gaat om hun eigen pesach of om een offerfeest voor Melek. Zo gaat dat nou!

In ons eigen Nederland hebben wij daar zelf toch ook ervaring mee? Wat voor vreemde reacties komen er niet op een enquête over wat bijvoorbeeld de betekenis is van Pasen? Wel, zo ging dat daar ook. Zo krijg je waarschijnlijk van die verhalen als over Jefta en zijn dochter. Dat verhaal kent u toch wel? Rechters 10 en 11. Jefta is door zijn stamgenoten aangezocht hen aan te voeren tegen de Ammonieten, die weer eens hun omgeving aan het verzieken zijn, en Jefta heeft ervaring in het aanvoeren van een bende. Hij is net als zijn vader wat je tegenwoordig noemt een “warlord”. Die vader heette Gilead en had rondgezworven in het gebied dat “het land van Gilead” wordt genoemd, aan de oostzijde van de Jordaan; daar wemelt het van de Ammonieten. Begrijpelijk dat Jefta door zijn stamgenoten is te hulp geroepen om die lui eens mores te leren. En dat lukt!

Een goede afloop zou je zo zeggen, ware het niet dat Jefta in een drieste bui God had beloofd Hem een offer te brengen, bestaande uit het eerste dat hem uit zijn huis tegemoet zou komen. Tja, hij zal wel aan geitje of zo gedacht hebben; dat vee liep daar immers beneden in huis gewoon los rond. Vast en zeker niet aan zijn dochter, zijn kind… het enige dat hij had.

Zo’n bijbelboek als Rechters ben ik met wat andere ogen gaan lezen sinds het bij ons protestanten geen “Richteren” meer heet. Op één of andere manier zijn die verhalen bij mij daardoor wat vrijer interpretabel geworden, zal ik maar zeggen. Ik weet haast zeker dat die gelofte van Jefta beter past bij de god Melek van de Ammonieten dan bij de God van Israel. En Jefta mag dan spijt hebben van die gelofte, hij voelt zich wel gedrongen die uit te voeren! Hoe bestaat het… Ik zou dat nooit gedaan hebben, denk ik. En het vreemdst is dat die dochter het er kennelijk helemaal mee eens is. Ze vindt het heel gewoon na al die jaren samen met buurkinderen van de Ammonieten. Hoe oud zal ze geweest zijn? Wel twaalf of dertien jaar misschien. Zij heeft in het boek Rechters geen naam mogen hebben, geen identiteit.

O? U vindt dat dit verhaal ons niet zoveel meer te zeggen heeft? Wel, daar denk ik dan wat anders over. Kijk maar eens naar de Balkan, naar Israel, Noord-Afrika… het is allemaal vlakbij, waar overal verschillende culturen en godsdiensten door elkaar heen lopen... met alle gevolgen van dien.