logo

Het was druk in de stad en ik zat die drukte wat aan te zien vanaf een terrasje tegenover de Grote Kerk. Nee, niet die van Breda maar van Zwolle: de Grote of Sint Michaelkerk. De deuren stonden wijd open, want om acht uur zou een orgelconcert beginnen. Het was bovendien koopavond, vandaar dat van alle kanten mensen de stad instroomden om te zien of er iets van hun gading te koop was. Links en rechts van mij waren andere terrasjes, en op schoolborden stond daar van alles aangeprezen en -geprijsd. Degene die niet op de aanbiedingen inging, was een dief van zijn eigen portemonnee, als ik de teksten op die borden moest geloven.

Ik had wel even nodig om te ontwaren wat er nu precies op dat àndere bord op het terras van de rechterbuurman stond; dat was niet zo makkelijk. Het was hier en daar door de regen verflodderd. Na verloop van tijd was ik eruit. Vóór de regenbui had daar met grote letters gestaan “Gratis Mannencrêche”, met daaronder ter toelichting “wij passen op uw man terwijl u winkelt”. Nou zeg, wat krijgen we nou?! Wàt een boodschap! Aardig gevonden, maar niet erg manvriendelijk, vond ik eigenlijk. Of het om een hond ging! Wie verzint zo’n tekst? Ik nam aan dat zo’n “opgepaste” man ook iets te drinken zou krijgen, een beetje water… in een bakje of zo….

Op het terras zat één slachtoffer van de oppasdienst. Hij was ongeveer van mijn leeftijd, en hij had een glas bier voor zich. Zo te zien had hij genoeg aan zichzelf en zijn ogen staarden een beetje leeg naar de kerk, alsof hij ergens diep over nadacht. Tussen onze terrassen stonden als afscheiding bakken met bloemen en boompjes. “Is dat biertje van u bij het opgepast worden inbegrepen?” informeerde ik over de bloemen heen,“of wordt dat apart in rekening gebracht?” Tja, je moet een gesprek toch ergens mee beginnen, niet?

De man leek te ontwaken, draaide zijn hoofd langzaam in mijn richting en keek mij eens goed aan. Hij besloot kennelijk dat ik de moeite van een gesprek wel waard zou kunnen zijn en antwoordde: “Nee, dat hoort er niet bij en de vrouw moet alles afrekenen! Zo gaat dat hier.” Hij vertelde erbij dat zijn vrouw éven naar de andere kerk was om een paar boeken te kopen en daarna nog éven wat boodschappen te doen. Hij vroeg zich nu af of dat wel zou lukken op één pilsje.

O ja, herinnerde ik mij nu, sinds kort is boekhandel Waanders in een kèrk gevestigd. Nadat we beiden onze verbazing over dit soort ontwikkelingen hadden uitgesproken, ging hij verder: “Ach, zie je, ik loop slecht en voor sjouwer was ik toch al niet in de wieg gelegd. Mijn vrouw vindt dat ik eigenlijk helemaal niet meer geschikt ben als helper die bij haar past, ik voldoe helemaal niet meer aan de scheppingsordening van Genesis 2.” Ik grinnikte, het klonk een beetje verongelijkt, zo van “Kan ik het helpen?” Ik dacht eigenlijk dat in mijn eigen bijbel die ordening in de schepping iets anders staat verwoord… De vrouw is daar toch de helper die bij de man past? Nou ja… over zo’n kleinigheidje moet je niet vallen en misschien was dit wel het allernieuwste inzicht in het vertalen.

Wij bestelden beiden nog een drankje in afwachting van de terugkeer van zijn vrouw, die even later met twee volle tassen een beetje wankelend kwam aanlopen. Mijn buurman sprong overeind om haar te helpen met de boodschappen. Zie je wel dacht ik, toch wel een oppàssende man, die “opgepaste echtgenoot”, en wel degelijk een helper die bij haar past, dat kon je toch zo zien? Dat nieuwste inzicht van die vrouw over de scheppingsordening was misschien tòch niet onredelijk…