Als wij niet oppassen, dan sneeuwen we onder in ons eigen gedoe en in onze eigen doenerigheden, en we maken er dan ook nog een verslag van. Nou ja… ik geef het meteen toe: ik doe er zelf driftig aan mee. In september, na de vakantie, beginnen we in de kerk met van alles en nog wat. We doen net of het allemaal nog moet beginnen en dat doen we met een startzondag: een stàrtzondag… nou vraag ik je, en dat na tweeduizend jaar kerk! Wat of wie wordt er nu eigenlijk beter van al die inspanningen van ons? Ja, dat vraag ik mij wel eens af. Ik kan soms vreselijk moe worden van mezelf. Ik had het net zo rustig in de vakantieperiode en ik was geestelijk nèt weer helemaal in balans gekomen, en dan beginnen we ineens weer van alles te regelen. Op de pc - ja, zo’n ding moet je natuurlijk wel hebben - stromen de electronische poststukken plotseling weer in en uit, terwijl het net zo stil was en het een tijdlang kennelijk ook best gewoon zonder kon. En we organiseren en vergaderen wat af... ieder jaar opnieuw…
Zijn wij nou echt met iets bezig, of zitten we onszelf een beetje voor de gek te houden en doen we eigenlijk in feite niets, in de hoop dat niemand het merkt? Ja, ik vraag het maar hoor… Tjongejonge, wat kunnen wij lekker druk doen met z’n allen. Maar waarmee eigenlijk? Wat is eigenlijk onze produktie of hebben we helemaal geen produktie? Kunnen we dat meten? Of moeten we dat helemaal niet willen? Wij leven in een tijd waarin àlles gemeten en àlles berekend wordt, alles gemeten en berekend móet worden. Iedereen snapt toch wel dat activiteiten waaraan niets te berekenen en te meten valt, niets voorstellen? Die kunnen tóch niet worden weergegeven op papier, en toegevoegde waarde hebben ze ook niet. Het bruto nationaal product zal er niet van groeien, terwijl er wel veel inspanning voor wordt verricht. Dat kan nooit goed zijn… dat is toch zònde…?
Met dat soort gedachten bevind ik mij in goed gezelschap. Die Prediker… die had er ook al zo’n last van. ‘Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden, er is niets nieuws onder de zon’. Ja, inderdaad… u leest het goed, dat is de oude vertaling, want die nieuwe…? Nou ja, die vind ik wel mooi hoor, maar ik kan er niets in vinden. Veel oude en vertrouwde woorden zijn wegvertaald en dus verdwenen. Tja… en dat heeft toch wat jammers. Ach, begrijpt u me nu goed: ik ben heel blij met die nieuwe vertaling. Een prachtig stuk werk, maar toch… Je kunt er vaak je predikeriaanse gevoelens niet zo goed mee uiten! Vindt u nou ook niet?
Zo nu en dan moeten we weer eens goed bedenken waar het allemaal ook weer om draait. Dan moeten we alle opgewonden gedoe van onszelf even naar de achtergrond schuiven en ons laten leiden door dat mooie woord van de Talmoed: Wie één mens helpt, helpt de hele mensheid en wie één mens redt… redt de wereld. We moeten gewoon op zoek naar die ene mens. Het mooie is dat dat eigenlijk helemaal niet nodig is. We hoeven die éne mens helemaal niet te zoeken, want die wordt echt wel op onze weg geplaatst. Als we er maar oog voor hebben…
