logo

Het was 1965 en hij heette Gavriel, net als de engel. Hij was dus bevriend met God. Dat betekent die naam, maar déze moest van God niets hebben. Hij was ingenieur bij de Israëlische rijkswaterstaat en ik was als praktikant zo’n beetje zijn manusje van alles. Ik was opzichter bij wegenwerken en andere bouwtoestanden. Ik ontwierp o.a. wateraflaten, vanuit de bovenloop van de Jordaan naar de vlakte van Jizrëel. En daar zorgde een enorme massa sproeiers voor een enorme mist van waterdruppels en kon je in de zinderende hitte heel wat regenbogen zien. Dat water zou anders toch maar naar Syrië of het westelijke Jordaangebied afvloeien. En dáár had het voor de Israeli’s geen enkel nut.

Hij was klein en dik, en paste maar net in het kleine fiatje 500 dat hij tot zijn beschikking had. Ik liftte op een zaterdag met hem mee vanuit Haifa naar de Negev. Ik had een fles water bij me en wat eten, en ik wilde door de woestijn naar Eilat. Hij verklaarde mij stapelgek, want ik had nauwelijks geld. En waarom wilde ik nou persé zwemmen in de Golf van Akaba of, zoals de Israëliërs die noemen, de Golf van Eilat? Toen hij mij bij Beersjeva afzette langs de weg verder naar het zuiden, drukte hij me op het hart in de buurt van de weg te blijven en gaf me een groot stuk watermeloen mee. Ik ben daar eerst een uur in de buurt gebleven, liggend op de grond met mijn hoofd op een steen. Ja, dat hoort toch zo? Het liften naar het zuiden was niet zo’n probleem, en het Nederlandse vlaggetje op mijn Israëlische petje hielp echt.    

De tocht van het volk Israel door de woestijn, en de daaraan voorafgaande uittocht, zijn omstreeks Pasen een vast onderwerp in de kerk. Het gaat dan over de opstanding van Israel uit de dood van de slavernij, over bevrijding en verlossing, èn over de toekomst: het leven in het land van belofte. En wij zingen erover, bijvoorbeeld in het refrein van het lied van Frans Luyt: “Eens waren zij slaven maar God maakte hen vrij. Het leed is geleden, het onrecht is voorbij”. Maar voor dat ècht zóver is, is er eerst die lange tocht door de woestijn vol ontberingen, oorlog, honger, dorst, en interne ruzies. Nee, het is niet eenvoudig om Gods uitverkoren volk te zijn, op weg naar een beloofd land. Er staat geschreven dat het “zeshonderd duizendtallen te voet” waren. Ja, zonder vrouwen en kinderen dan natuurlijk, hè. Dat is wel een heel lange stoet. Het moeten er meer dan 2 miljoen zijn geweest. En dan nog al die honden, geiten, kippen, kamelen, en ezelkarren met huisraad. Die omvang is vast wel een beetje aangedikt. Dat zou ik ook doen als ik zo’n verhaal vertelde... Zo’n tocht door de woestijn is niet mis; er is echt niks in zo’n woestenij. Ik heb er toentertijd eens ruim twee uur gelopen. Na een uur begin je te denken: zou hier niet ergens een tentje zijn met lekker koud bier, of gewoon water? Nee dus! En waar in ’s hemelsnaam doen 2 miljoen mensen en al die beesten hun behoefte? Dat wordt toch één grote bende? Tja, als student in riolerings- en waterzuiveringstechniek moest ik daar echt wel aan denken. Als ik nu profeet was geweest, was er misschien een wonder gebeurd. Maar ik was geen profeet. En een WC? ...nergens te bekennen! Dus, bij die grote steen dan maar. Er zou nèt nú vast geen Jacob langskomen die daar nou precies zijn hoofd neer zou willen leggen.

Ik had niet eens een schepje bij me. Jawèl hoor, dat moet wèl, zeker als je met veel mensen bent. Kijk maar in Deuteronomium 23:12 “Gij zult ook een plaats hebben buiten het leger (dat zal in mijn geval wel de weg zijn geweest) en daarhenen zult gij uitgaan naar buiten. En gij zult een schopje hebben benevens uw gereedschap, en het zal geschieden, als gij buiten gezeten hebt, dan zult gij daarmee graven, en u omkeren en bedekken wat van u uitgegaan is”.In de nieuwste vertaling hebben ze van het schopje een tentpin gemaakt, maar het is natuurlijk gewoon een schepje: een dikke, brede pin; zo eén waarmee die pronte Jaël, véél later, de krijgsoverste Sisera van de Kanaänieten vermoordde (Richteren 4:21).

Ach, het hoort allemaal bij die lijdensweg door de woestijn. Maar een WC? Nee, die is er natuurlijk pas in het beloofde land...