logo

Op de televisie is het regelmatig zien, het is een vorm van reclame: Er staat iemand met een smartfoon een foto te nemen van een groepje mensen. Daarna voert hij een paar volkomen onduidelijke handelingen uit, en hoor je hem roepen: “Gedeeld!”. Het op de foto vastgelegde moment is dan vereeuwigd en doorgestuurd naar iemand anders, of naar veel meer lieden die om die foto dringend verlegen zaten. Zo gaat dat  tegenwoordig en zo krijgen mensen ongelofelijke voorraden foto’s en teksten die op elk gewenst ogenblik zijn op te roepen, waarvandaan weet ik niet, uit een “cloud” misschien wel.

Vroeger maakte je iets kenbaar aan familie, vrienden en bekenden door het sturen van een kaartje, bijvoorbeeld een verlovingskaartje. Dat is tegenwoordig al aardig ouderwets, is mijn indruk. Nog ouderwetser is het om dat kaartje door de wederzijdse ouders te laten verzenden. Maar dat doen we toch niet meer? Nee, nog afgezien van het feit dat verlovingen al helemaal een beetje uit de mode zijn. Vroeger waren er mensen met wie je de toekomst deelde of wilde delen. In de huidige tijd deel je een verleden, en is er allerlei prachtige apparatuur om dat verleden vast te leggen en weer op te roepen.

“Wat vliegt de tijd”, zei mijn moeder vroeger vaak. Nou, nee hoor… de tijd vliegt helemaal niet. Dat idee kreeg ze, omdat ze zich in de spiegel in een bepaalde periode met het jaar ouder dacht te zien worden. En ook mijn vader werd er met de tijd niet jonger op, maar hij zat daar helemaal niet mee, hij vond dat heel gewoon. Hij streek vaak met zijn hand over de rimpels in haar gezicht en over haar blote bovenarm. “Lekker zacht”, zei hij dan tegen niemand in het bijzonder, maar eigenlijk tegen mijn moeder. Het lijkt allemaal nog maar pas geleden. Kijk, dit soort gedachten krijg ik nu als het tegen kerst en oud- en nieuwjaar loopt, ik ontkom er niet aan.

Zo’n telefoontje met behulp waarvan je foto’s kunt delen met anderen, heb ik niet. Wat ik wel heb, is een grote hoeveelheid fotoafdrukken: van die bruine van heel vroeger, zwart- witte, en gekleurde. Het is een analoog fotobestand, en uit al die foto’s kun je opmaken dat ik net als iedereen met velen een verleden deel.

Mijn vaders jongste zus is 97 jaar oud; haar man is vele jaren geleden gestorven. Ze heeft van hem vier zonen van wie twee menselijk gesproken veel te jong zijn overleden. Haar broers, zussen en vrienden zijn niet meer in leven. In zo’n situatie lijkt er nog maar weinig over te zijn om van te genieten in het leven, behalve dan kleinkinderen, achterkleinkinderen èn neven en nichten natuurlijk. Met hèn deelt zij een verleden…!

Ik ga regelmatig met mijn vrouw bij haar op bezoek. Ik zoek en vind bij haar de genen van mijn vader en mijn grootouders. Wij eten dan bij haar: een pan met een heerlijk gerecht nemen we altijd mee, en wij blijven een nachtje over. Wij gaan graag naar haar toe en zij vindt het geweldig, vooral als het de nacht is van zaterdag op zondag, want dan is het extra eenzaam naar ze zegt. Mijn tante ziet in mijn gelaatstrekken háár familie, en ik zie mijn familie in de hare. En ’s zondags gaan we samen met haar naar de kerk, de kerk waar haar man vroeger het orgel bespeelde.

Dit jaar zijn veel bekenden gestorven, ook bij ons in Breda. Met een deel van hen heb ik het verleden gedeeld. Als van alle mensen met wie je het verleden hebt gedeeld, niemand meer in leven is, dan wordt het erg eenzaam om je heen.

Het komende weekend gaan we weer bij haar op bezoek, want mijn moeder had gelijk: de tijd vliegt!