Liggen bij u in de kerk ook rooms-katholieke vouwblaadjes over kerk en geloof? In de Markuskerk wel. Ik weet het niet zeker maar ik vermoed dat ze daar liggen sinds de rooms-katholieken tijdelijk onze kerk voor hun vieringen gebruiken. Best de moeite waard om ze te lezen. Ik was namelijk eigenlijk op zoek naar een cursus: een cursus ‘geloven voor gevorderden’, en ik bedoel daarmee een cursus ‘geloven’ voor mensen die al behoorlijk lang gelovig zijn. Wat zegt u? Zouden dat soort mensen geen cursus nodig moeten hebben? Nou... Eerlijk gezegd vind ikzelf dat ik na al mijn jaren als gelovige best aan zo’n cursus toe ben. Het hoeft niet perse van de eigen kerk te zijn, hoor. Ik bewandel graag enige zijpaden, als het maar over het wezen van de zaak gaat, over de vraag wàt ik geloof en waaròm eigenlijk. Nu ik er over nadenk, er bestaat volgens mij niet eens een gewone (basis)cursus ‘geloven’. Ja, ik hoor die term wel eens, maar dan gaat het altijd over het verkrijgen van kennis van wat ànderen geloven, of van wat anderen ménen wat ik, als gelovige, allemaal moet vinden. Maar een cursus in wat ikzèlf geloof, op een wat latere geloofsleeftijd? Nee, misschien kan dat ook wel helemaal niet, want wie zou die nu kunnen geven? Dat kan ik toch eigenlijk alleen maar zelf? Maar hoe geef je jezelf een cursus? En zo ik dat ooit te weten kom... is het wel zinvol een cursus te geven aan jezelf?
Ach, dit zijn maar gedachtespinsels. Ik zei nu wel dat ik een cursus ‘geloven voor gevorderden’ zoek, maar als het erop aankomt, is dat natuurlijk helemaal niet zo. Wij, mensen, geloven toch gewoon wat we in de loop van ons leven door allerlei invloeden, te beginnen bij die van onze ouders, zijn gáán geloven? Ik tenminste wel.
En wat is nou eigenlijk geloven? Ja, dat is niet zo eenvoudig. Men kan dat natuurlijk in het woordenboek opzoeken, maar ik ga zelf voor het antwoord op die vraag liever af op de brief aan de Hebreeën (11:1): ‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien’. Zo staat het in de nieuwe vertaling. Eerlijk gezegd heb ik meer met die oudere vertaling. Dat komt natuurlijk omdat ik die al zó vaak heb gehoord dat die, om zo te zeggen, deel uitmaakt van mijn geloofspakket: ‘Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt en het bewijs der dingen die men niet ziet’. Zó staat het dáár. Een mooie definitie, maar of die nu voldoende is om mee te werken?
Wij, gelovigen met ervaring, zijn toch net die man in het verhaal van ‘de rijke jongeling’? (Hoe komen we er eigenlijk bij dat het om een jongeling gaat?) Hij heeft gehoord over die nieuwe profeet Jezus, die bij de Jordaan rondhangt. Dié schijnt het te weten; dié geeft in de openlucht cursussen ‘geloven’ en lessen in wat mensen moeten dóen. Hij benadert Jezus plotseling en vraagt aan de ‘goede’ meester wat hij moet dóen om het eeuwige leven te beërven. Hij vraagt natuurlijk gewoon naar de bekende weg en daarom begint Jezus een beetje te katten. Ja, ik noem dat kàtten, zo van: wat nou ‘goede’ meester, en wat nou ‘goed’ doen. Je kent toch de geboden? Ja... die kent hij. Nou, doe die dan! Nou moe, die geboden kent hij zijn hele leven al, en die heeft hij zijn hele leven al gevolgd ook. Wat moet hij met zo’n antwoord? Tja, zegt Jezus dan: als je dan niks méér kunt bedenken, verkoop dan alles wat je hebt en geef het aan de armen en kom maar achter mij aan, dàn is het goed.
Ik kan me voorstellen dat die man wat teleurgesteld afdruipt. Huis verkopen? Grond verkopen? Vee verkopen? Wijngaard verkopen? En dat in déze tijd... van kredietcrisis en andere crisissen? Nee, daar schiet niemand iets mee op. Je krijgt je investering er niet eens uit, en blijft ook nog met een restschuld zitten. Je helpt er niemand mee, ja... misschien de banken! Die strijken alles op, voor een habbekrats. Nee, ik zou ook teleurgesteld afdruipen.
Een cursus geloven voor gevorderden? Ik zoek er verder niet naar. Geloven is geen kwestie van denken en filosoferen. Geloven is een zaak van dóén...!
