logo

Het is de eerste keer in dit nieuwe jaar, en daar sta ik dan weer eens als welkom-heter, een soort dorpelwachter, bij de ene deurpost van de binnendeuren van de kerkruimte van de Markuskerk. In de ene hand heb ik een stapeltje ‘kerkgroeten’ en in de andere een liedboek. Ja, ik heb dat nu direct nog niet nodig maar straks wel en stel je voor dat ze straks òp zijn en ik zonder liedboek kom te zitten… dus heb ik er maar vast één in beslag genomen.

Langzaam begint de binnenkomst van de kerkgangers op gang te komen. Och, het is nog vroeg: half tien pas. Aan de andere deurpost staat mijn echtgenote, ook met een stapeltje kerkgroeten. Zij heeft ons eigen liedboek meegenomen; dat zit in haar tas en die staat op de grond. Zij heeft dus duidelijk op dit ogenblik minder omhanden dan ik, waartegenover staat dat zij met iedereen een babbeltje maakt. Ikzelf houd daar niet zo van, al staande tussen de deurposten op de drempel van de kerk. Het houdt de hele zaak een beetje op en het beperkt de doorstroomopening. Je moet ìngaan door de smalle poort en er niet vóór blijven staan praten, anders wordt het mij al gauw veel te eng in die poort.

Het begint nu duidelijk wat meer op gang te komen met die kerkgangers. De organist zit ook al achter het orgel en knikt mij vanuit zijn majesteitelijke hoogte minzaam toe. Ik zwaai naar hem en beduid hem dat hij maar moet gaan spelen, dan lijkt het tenminste alsof er wat gebeurt. Maar nee hoor, hij blijft vriendelijk kijken, doch luistert niet naar mij maar naar de koster die de klok moet gaan luiden.

Het heeft iets aardigs in zich om al die mensen de kerk te zien binnenkomen, welkom te heten en goede morgen te wensen. De meesten ken ik, sommigen redelijk goed en van anderen kan ik maar nooit de naam onthouden. Van weer anderen is alleen het gezicht mij bekend en dan denk ik: Ik moet toch eens naar hun naam vragen maar niet nu, want dan begin ik op die persoon bij de àndere deurpost te lijken. Ach, ik maak me er niet zo druk om. Alleen als er mensen komen van wie ik denk, dat ik hen nog nooit heb gezien… diè vraag ik naar hun naam en of ik mag weten waar ze vandaan komen.

Langzamerhand begint nu het moment te komen van de keuzestress. Nee, niet bij de wachters bij de dorpel maar bij de binnenkomers. Dié beginnen vanaf de buitendeur koers te zetten naar een punt tussen de binnendeuren in. Dan moeten ze kiezen tussen de ene en de andere dorpelwachter. En mocht u soms denken dat die keuze simpel is: helemaal niet! Je ziet die gelovigen twijfelen wanneer ze ons naderen. Kijk, de meesten kennen ons wel en vragen zich af of wij beiden hetzelfde in de aanbieding hebben, en zo ja, of de ene zich misschien gepasseerd voelt als ze de andere selecteren voor het verstrekken van de kerkgroet.

Tja, het leven is ook bij de kerkdeur vol moeilijke keuzes met de daarbij horende keuzestress. Sommigen weten het probleem te vermijden door met beide handen uitgestrekt op ons alle twee af te komen om wellicht van beide deurposten iets aangereikt te krijgen. Dat is een goede oplossing voor de binnenkomers, maar niet voor de dorpelwachters, want nu hebben zij de keuzestress.

Wij leven in een lastige tijd: we moeten voortdurend keuzes maken. Allerlei lieden die geacht kunnen worden het te weten, beweren zelfs dat het leven alleen maar bestaat uit het maken van keuzes… en dàt maakt ons moe en gestresst.  

Een goede zondag gewenst!