logo

Een beetje een ergerlijk en vervelend mannetje, die David. Zijn oudste broer Eliab kon hem niet goed luchten, dat is duidelijk. Hij bemoeide zich met allerlei zaken die hem niets aangingen. En maar verhalen houden, die David. Ja, ja, hij was wel ter tale, zo staat er. Misschien sprak hij zijn talen ook goed, zoals Filistijns, Midianitisch en Amalekees. Daar kun je behoorlijk voordeel van hebben in zo’n multicultureel en multitalig Palestina.

Er komen in de bijbel mensen voor van wie ik denk: Hoe is het mogelijk! Dat die nu tot de uitverkorenen behoren; ik heb kennelijk een heel verkeerd zicht op de verkiezing. Die David is er ook zo één: de gezalfde des Heren, bijna de geliefde des Heren. Dat betekent zijn naam ook: beminde, en ja… liefde maakt een beetje blind; dat weten wij in Nederland al heel lang. “Mijn knecht David… “ wordt hij op veel plekken in de bijbel bijna liefkozend genoemd... Tja, en wat die allemaal niet heeft uitgevreten om te worden wat hij geworden is, daar lusten de honden geen brood van.

Nee, eerlijk gezegd heb ik liever Saul, de man die eerder was uitverkoren om koning van Israel te zijn. Een prachtkerel was dat toch? Hij stak om te beginnen een hoofd boven iedereen uit. Tegen zo’n man kan iedereen tenminste opkijken. Wat mankeerde er toch aan Saul, dat Samuel steeds zo’n ruzie met hem maakte, ja… uit naam van God natuurlijk, dat wel. Op een gegeven moment kon Saul bij Samuel geen goed meer doen, net toen hij zo lekker bezig was om al die woestijnstammetjes in het gareel te brengen door die één voor één te verslaan.

Een vreemde geschiedenis, die opvolging van Saul door David. Je kunt zelfs aan de namen zien wat er gebeurt of gaat gebeuren. Saul: gevraagd/gewenst betekent die naam. Hij wordt in een soort loterij gekozen. Alle stammen komen aan de beurt en uiteindelijk wordt Saul aangewezen. Iedereen kon het duidelijk zien: dit is ‘m nou, dit is de man die God uitgekozen heeft om koning over ons te zijn, de gezalfde des Heren.

Toen hij door Samuel werd gezocht, was hij op zoek naar ezelinnen van zijn vader. Nou, die waren vast gestolen door Amalekieten of Midianieten. Om die terug te krijgen moest je wel van wanten weten. Hij ging eerst maar eens naar de ziener om te vragen waar hij die beesten ongeveer moest zoeken, want bij die ziener moest je zijn om iets te weten te komen. Die Saul kon je best om een boodschap sturen. Samuel nodigde hem uit voor het diner, en zalfde hem even later tot vorst over het volk des Heren. De officiële verkiezing kwam pas later.

Saul deed het best goed. Hij voerde oorlog naar alle kanten, tegen Ammonieten, Filistijnen en Amalekieten. Hij won het overal totdat de verwerping zijn deel werd: Het berouwde de Here dat Hij Saul tot koning had aangesteld, zo staat geschreven. Waarom nou? Toch niet omdat hij al dat mooie vee van de Amalekieten in leven had gehouden voor het eigen volk? Net als koning Agag trouwens, een man die hij nog best kon gebruiken als hij andere Amalekieten-stammetjes zou tegenkomen. Was dat nou echt allemaal zó erg dat Samuel die Agag “voor het aangezicht des Heren” in stukken zou moeten hakken? Nou, nou…

Die verkiezing van David was anders, wat meer ondershands. Niks stemming, niks loterij. David kwam via zijn overwinning op Goliath, zijn citherspel voor Saul, zijn ontwikkeling, zijn krijgsmanschap en zijn talenkennis aan het hof, raakt bevriend met Sauls zoon Jonathan en wordt één van de krijgsheren van Saul. Ik kan mij nauwelijks aan de indruk onttrekken dat die ene David, die tokkelende, een andere is dan die andere, de krijgsman. Als ik moet kiezen tussen Saul en David, dan kies ik Saul! Ik lijk Samuel wel, tegen wie God zegt: Hoe lang blijf je nou nog mokken over Saul, ik heb hem toch verworpen? Tja… ik zal nooit iets begrijpen van zo’n verkiezingsverhaal.