logo

Ach, vroeger... vroeger was alles gewoon anders. Zodra de deur van de consistoriekamer openging, trok een wolkkolom de kerk in als teken dat de ambtsdragers konden binnenkomen. Zo’n wolkkolom wijst de weg. Nee, vrouwen waren daar niet bij, want die rookten geen sigaren en die konden dus niet meehelpen bij de productie van de wolk. Ze hadden bovendien geen zwart colbertje en ook geen gestreepte grijszwarte broek, en zonder die heilige kleding kon je echt niet meelopen in de rij achter de wolkkolom...

Als tienjarige kerkganger dacht ik dat dit allemaal beslist zo móest, zo’n lange rij zwarterikken... en de wolkkolom die hun voorafging, had een aureool van verhevenheid, ja bijna van heiligheid. Al die dingen zijn niet meer, vanzelf verdwenen, althans in mijn kerk. Ja, er blijven vragen, bijvoorbeeld welk merk sigaren die priesters van Israël nu hebben gerookt voor hùn wolkkolom. Ik vermoed dat ik het nooit zal weten...

Het was vroeger allemaal anders, niet beter maar anders, en al dat nieuwere is langzaam, min of meer vanzelf gekomen; ik noem dat ‘vanzelving’! Eigenlijk wel een aardig woord... nee, ik heb ik het niet zelf bedacht. Het is van een nicht van mij, Frouwke, en ik ga het woord gewoon gebruiken in de hoop dat het er helemaal inkomt; het is bovendien echt Nederlands. U zult het in de bijbel natuurlijk niet tegenkomen, maar het woord ‘vanzelf’ komt wèl voor! Dat is een paar maal te vinden in verband met de natuur waar alles ‘vanzelf’ gaat, bij graan dat de mens zaait, dat vanzelf opkomt, vanzelf groeit en dan kan worden geoogst.

De wijkpredikant in mijn jeugd was een Zeeuw, bij hem ging niets vanzelf. Alles was bij hem ‘henade’ en dat kwam omdat hij als echte Zeeuw, de G aan het begin van een woord niet goed kon zeggen. Hij had bij het (s)preken ook de neiging de beginletters H en de G van opeenvolgende woorden te verwisselen. Hij maakte van Here God ‘Gere Hod’ en ik vond dat eigenlijk niet kunnen. Geilige Heest vond ik trouwens ook lelijk en dat verstond ik vaak in plaats van Heilige Geest, maar misschien hoorde ik het wel verkeerd. Later, toen die predikant voorzitter van de synode was geworden, vermoedde ik dat het hem wel vergeven zou zijn. Ja, zo gaat dat met schuld in onze traditie, vergeving is toch de corpsbusiness van de kerk? Jawèl, maar niet zonder schuldbelijdenis! Dat herinner ik mij ook nog goed, zo’n schuldbelijdenis tijdens de dienst. Dan biechtte de zondaar ten overstaan van de hele gemeente op tegen welk gebod hij had gezondigd, dat hij daarvan berouw had en vergeving vroeg.

Zo heb ik een neef die opgroeide in Groningen en zijn vriendin ontijdig bezwangerde. Hij moest van de kerkeraad (en van zijn ouders) die zonde in het openbaar belijden, want anders... Nou, hij dàcht er niet aan hoor om dat te doen, vertrok van het hoge noorden naar Brabant en nam de zwangere vriendin mee als echtgenote. Tussen hem en zijn kerk is het nooit meer goed gekomen, evenmin als tussen hem en zijn ouders... zij wilden hem niet meer zien! Is het niet zònde? Ja, ècht zonde dat dit soort zaken zo werd behandeld in een zich christelijk noemende kerk.

Bàh, Christenen, zei iemand eens tijdens een schuldbelijdenis in een dienst, en verliet daarop de dienst en de kerk. Mijn zondebewuste oud-onderwijzer had als ouderling ook twijfels over zo’n gang van zaken. “Het had mij ook kunnen gebeuren”, zei hij toen mijn vrouw en ik eens bij hem op bezoek waren. Maar, toen hij dat eens tijdens een officieel huisbezoek samen met de predikant (ja, diezelfde) tegen een andere zondaar zei, was dat niet geheel in overeenstemming met het doel van het bezoek. Het was toen nog onvoldoende ‘vanzelf’...