In de bijbel wordt eigenlijk niet zoveel gerekend maar getallen zijn er wèl en zelfs véél. We komen in de bijbel al vrij snel een telwoord tegen, en wel het woord ‘eerste’ dat hoort bij ‘de eerste dag’. Het laatste dat we tegenkomen, staat in Openbaring 22 en is het getal 12, van het aantal vruchten van de levensboom; verder heb ik de telwoorden niet geteld, daar is geen beginnen aan. Hoewel er niet veel gerekend wordt, valt toch op dat in de bijbel wel veel ‘tel-werk’ voorkomt. Een geheel van getallen kan ook een mystieke zaak vormen en vroeger hebben filosofen dan ook hele leersystemen rondom cijfers gebouwd, ook joodse en christelijke geleerden. Nu is het met getallen een vreemde zaak. De één kan er goed mee overweg en de ander helemaal niet. Hoewel ikzelf qua opleiding en ervaring een echte bèta-figuur ben, reken ik mij tegenwoordig toch liever tot de laatste categorie, iemand dus die niet zo goed met getallen overweg kan. Zo is de balans van onze kerk zoals die in één van de vorige nummers van dit blad was te lezen, aan mij niet besteed. Ik begrijp daar niets van, terwijl die toch bedoeld is om inzicht te verschaffen.
Men hoort tegenwoordig zelden meer een toespraak die niet met cijfers is doorspekt. En als een politieke partij te kennen geeft iets te willen, dan komt bij sommigen al snel de vraag op: of dit plan wel is “doorgerekend” door het centraal planbureau. Ik heb in de loop van mijn leven een beetje een hekel gekregen aan dit soort gebruik van cijfers. Dat komt doordat de manier waarop getallen door velen tegenwoordig worden gebruikt, mij tegenstaat. Zo worden vooral statistische gegevens en bewerkingen nogal eens misbruikt door lieden die het vak statistiek nog nooit beoefend hebben en er ook niets van weten. Ik hecht persoonlijk niet zo’n grote waarde aan getallen, omdat ze mijn begrip meestal niet vergroten.
In de bijbel zijn naar mijn mening getallen sòms totaal onbelangrijk en sóms heel belangrijk. Er is zelfs een heel bijbelboek dat ‘getallen’, of ‘nummers’ heet. Dat de naam van dat boek ‘Numeri’ is, is alleen maar een beetje deftigdoenerij in het latijn, denk ik. Zou het niet veel beter geweest zijn als we de eerste bijbelboeken in de nederlandse taal ‘Ontstaan’, ‘Uittocht’, ’Levieten’ en ‘Getallen’ hadden genoemd? Ik vind van wèl; dat klinkt veel beter en dichterbij ons!
Een getal is het resultaat van een telling; zo’n gegeven kan verhelderend werken maar is ook nogal eens verstorend. Dat komt omdat mensen vaak de verkeerde waarde aan getallen hechten: mensen geven een getal het verkeerde cijfer, zal ik maar zeggen. Je merkt dat in tijden van uitverkoop, en mocht u niet meer weten wat dat is: dat zijn de perioden in het jaar waarin heel veel bedrijven ‘SALE’ op hun etalageruiten hebben staan. De cijfers van de prijzen zijn in zo’n periode zeer verwarrend en slaan meestal nergens op.
Nee, ik ben niet zo voor het etaleren van een overmaat aan getallen. Ik houd meer van ‘veel’ en ‘weinig’, van ‘lang’ en ‘kort’ en van ‘groot’ en ‘klein’. Dat kan ik volgen, en uit de cijfers van onze kerk heb ik één ding begrepen: we staan er financieel niet zo goed voor als we wel zouden willen. Dat wist ik natuurlijk allang. De prediker had het allemaal ook al meegemaakt, getuige Prediker 1 vers 15 waar staat geschreven: ‘Wat ontbreekt kan niet worden meegeteld ...’
Ach, wij zien als christenen natuurlijk graag alle dingen in het licht van de eeuwigheid, maar ik geloof niet dat ‘eeuwig’ een telwoord is... Of misschien toch wel?
